Performance 23 februari 2026, Station Antwerpen-Centraal, 400cm x 200cm
karton, spuitverf, gekleurd papier
De Vlaamse Overheid riep 23 februari uit tot Dag van het Vergeten Slachtoffer. Dit is niet toevallig één dag na de Europese dag van het slachtoffer op 22 februari. Het initiatief gaat uit van COMEB, de Commissie voor Erkenning en Bemiddeling van het Agentschap Justitie en Handhaving.
Via kunstperformances in drie Vlaamse steden (Gent, Antwerpen en Hasselt) werd de allereerste Dag van het Vergeten Slachtoffer op 23 februari 2026 in de kijker gezet. Slachtoffers van historisch (>10jaar geleden) seksueel, fysiek en psychisch geweld kunnen contact opnemen met COMEB. Meer info over de werking vindt je terug op de website (www.comeb.be). De periode volgend op deze kunstperformances merkte COMEB een duidelijke stijging in contactnames. Meer slachtoffers vonden de weg naar COMEB en durfden uiteindelijk de stap zetten om te spreken over wat hen was overkomen.
Die dag deed ik een performance in het station Antwerpen-Centraal. Daar ontstond het werk Het is zo, gebaseerd op getuigenissen van slachtoffers alsook mijn eigen ervaring:
Het is zo vertrekt vanuit de positie van het slachtoffer. Het werk geeft ruimte aan ervaringen van geweld zonder daarvoor een volledig verhaal, een herkenbaar gezicht of een verantwoording te verlangen. Meer dan dertig slachtoffers zijn in het werk aanwezig met wat zij zelf wilden delen: een zin, enkele woorden, een fragment van een ervaring of als deel van het portret. De autonomie blijft volledig bij de slachtoffers. Bestaansrecht vereist geen blootstelling die onveilig voelt.
De verschillende stemmen worden gedragen door één samengesteld portret. Het gezicht bestaat uit meerdere gezichten en behoort daardoor aan niemand afzonderlijk. Individuele herkenbaarheid verdwijnt, terwijl menselijke aanwezigheid juist wordt uitvergroot. Het portret is tegelijk persoonlijk en collectief, zichtbaar maar anoniem. Het portret neemt ruimte in en kijkt de toeschouwer frontaal aan. Bescherming betekent hier niet minder zichtbaar worden, maar anders zichtbaar worden.
Het portret in stenciltechniek is opgebouwd in rood, blauw, paars, groen en geel: kleuren van een blauwe plek. Niet verhuld maar fel en verzadigd aanwezig. Vanop afstand kan het beeld bijna vrolijk of feestelijk lijken. Wie dichterbij komt, ontdekt woorden. Wie de tijd neemt om dichterbij te komen, ontdekt dat deze kleuren niet over vreugde gaan, maar over pijn, trauma en heling.
In dit werk mag het slachtoffer bestaan, zichtbaar zijn en spreken zonder zichzelf volledig ter beschikking te moeten stellen. De manier waarop de toeschouwer kijkt of wegkijkt, dichterbij komt of vermijdt, maakt deel uit van de betekenis van het werk. Het weerspiegelt hoe de maatschappij hiermee omgaan.
Spreken over geweld gebeurt niet in een neutrale omgeving. Slachtoffers kunnen geconfronteerd worden met ongeloof, minimalisering, victim blaming of de verwachting hun ervaring steeds verder te onderbouwen. Angst, schaamte en vrees voor reacties van politie of omgeving worden ook in Belgisch onderzoek genoemd als redenen waarom slachtoffers geen hulp zoeken of geen aangifte doen. Vaak is de pleger iemand die het slachtoffer kent: iemand uit de nabije omgeving, soms iemand die net veilig zou moeten zijn. Ook strafrechtelijke vervolging is eerder uitzonderlijk. Dit is geen klimaat waarin spreken veilig voelt. Seksueel geweld blijft daardoor in hoge mate onder de radar.
Het werk geeft slachtoffers geen spreekplicht. Het biedt ruimte waarin een fragment voldoende is. Voor slachtoffers kan (h)erkenning ontstaan; voor omstaanders confrontatie; en tegenover plegers doorbreekt het werk iets anders: waarvan gehoopt wordt dat er niet over gesproken zal worden, vindt taal.