Mixed media, 240cm x 120cm, 2026
multiplex populier, spuitverf, gekleurd papier
Na mijn performance in Antwerpen-Centraal voor de Dag van het Vergeten Slachtoffer bleef het niet stil. Dit werk bleef groeien en kreeg een duurzame vorm. Want eigenlijk vroeg het erom... om te blijven bestaan. Er werd gesproken en enkele getuigenissen werden toegevoegd. Ik zie dit niet als een werk dat ooit 'af' is, er blijft ruimte over in de collage voor meer getuigenissen.
Via dit werk wil ik anderen blijven uitnodigen om taal te vinden. Anderen blijven welkom om als onderdeel van dit werk, al is het maar met één woord, een weg te vinden om het te laten bestaan. In dit werk zitten verschillende mensen die via deze weg voor het eerst spreken. Wil je zelf graag een zin of een woord aan dit werk toevoegen? Spreek me aan, neem contact, dan bekijken we samen hoe we dit vorm kunnen geven. Dit gebeurt, zoals voor alle anderen in dit werk, volledig vertrouwelijk.
Het is zo vertrekt vanuit de positie van het slachtoffer. Het werk geeft ruimte aan ervaringen van geweld zonder daarvoor een volledig verhaal, een herkenbaar gezicht of een verantwoording te verlangen.
Meer dan dertig slachtoffers zijn in het werk aanwezig met wat zij zelf wilden delen: een zin, enkele woorden, een fragment van een ervaring of als deel van het portret. De autonomie blijft volledig bij de slachtoffers. Bestaansrecht vereist geen blootstelling die onveilig voelt.
De verschillende stemmen worden gedragen door één samengesteld portret. Het gezicht bestaat uit meerdere gezichten en behoort daardoor aan niemand afzonderlijk. Individuele herkenbaarheid verdwijnt, terwijl menselijke aanwezigheid juist wordt uitvergroot. Het portret is tegelijk persoonlijk en collectief, zichtbaar maar anoniem. Het portret neemt ruimte in en kijkt de toeschouwer frontaal aan. Bescherming betekent hier niet minder zichtbaar worden, maar anders zichtbaar worden.
Het portret in stenciltechniek is opgebouwd in rood, blauw, paars, groen en geel: kleuren die ook verschijnen in een lichamelijke kneuzing. Niet verhuld maar fel en verzadigd aanwezig. Vanop afstand kan het beeld bijna vrolijk of feestelijk lijken. Wie dichterbij komt, ontdekt woorden. Wie de tijd neemt om dichterbij te komen, ontdekt dat deze kleuren niet over vreugde gaan, maar over pijn, trauma en heling.
In dit werk mag het slachtoffer bestaan, zichtbaar zijn en spreken zonder zichzelf volledig ter beschikking te moeten stellen. De manier waarop de toeschouwer kijkt of wegkijkt, dichterbij komt of vermijdt, maakt deel uit van de betekenis van het werk. Het weerspiegelt hoe de maatschappij hiermee omgaan. Spreken over geweld gebeurt niet in een neutrale omgeving. Slachtoffers kunnen geconfronteerd worden met ongeloof, minimalisering, victimblaming of de verwachting hun ervaring steeds verder te onderbouwen. Angst, schaamte en vrees voor reacties van politie of omgeving worden ook in Belgisch onderzoek genoemd als redenen waarom slachtoffers geen hulp zoeken of geen aangifte doen. Vaak is de pleger iemand die het slachtoffer kent: iemand uit de nabije omgeving, soms iemand die net veilig zou moeten zijn. Ook strafrechtelijke vervolging is eerder uitzonderlijk. Dit is geen klimaat waarin spreken veilig voelt. Seksueel geweld blijft daardoor in hoge mate onder de radar.
Het werk geeft slachtoffers geen spreekplicht. Het biedt ruimte waarin een fragment voldoende is. Voor slachtoffers kan (h)erkenning ontstaan; voor omstaanders confrontatie; en tegenover plegers doorbreekt het werk iets anders: waarvan gehoopt wordt dat er niet over gesproken zal worden, vindt taal.